Nodigen u uit voor een bijeenkomst over:

Segmentele toonverschijnselen, vooral in Limburg

24 mei 2002
Hof van Liere, UFSIA - Universiteit Antwerpen
Prinsstraat 13, Antwerpen

Toegang Gratis

Routebeschrijving

(In de NS reisplanner kies Antwerpen-Berchem als bestemming
vandaar kunt u 8 keer per uur naar Antwerpen-Centraal,
de rechtstreekse verbinding is niet correct weergegeven)

Programma

10.30 ontvangst met koffie

11.00 Paul Boersma (UvA): De volgorde der gebeurtenissen in de geschiedenis van het Limburgse tooncontrast

11.45 Michiel de Vaan (Leiden): Analogische verspreiding van stoot- en sleeptoon in Limburg

12.30 lunch (Er zijn eetgelegenheden in de buurt van de zaal)

13.30 Carlos Gussenhoven (Nijmegen): De Middelfrankische toon: Ontstaan en ontwikkeling

14.15 Jo Verhoeven (UIA): De toonkwestie in Weert

15.00 pauze

15.30 Wim Peeters en Bert Schouten (Utrecht): Het verschil tussen stoot- en sleeptoon is in hoofdzaak een duurverschil

16.15 einde en borrel


Samenvattingen

10.30 ontvangst met koffie

11.00 Paul Boersma (UvA): De volgorde der gebeurtenissen in de geschiedenis van het Limburgse tooncontrast

Oppervlakkig bekeken correleert het Limburgse sleeptoon-stoottooncontrast met de oorspronkelijke Westgermaanse klinkerhoogte en -lengte, met stemhebbendheid van de oorspronkelijk volgende consonant en met het verdwijnen van een schwa in de volgende lettergreep. Nadere beschouwing leert echter dat het verband heel precies voorspelbaar is op grond van de Westgermaanse vormen, en dat afwijkingen van het voorspelde patroon hun eigen verklaring hebben. De voorspelbaarheid leidt ertoe dat we de chronologie van de klankveranderingen eenduidig kunnen bepalen, onder de simpele gebruikelijke aanname dat onvoorwaardelijke lexicale neutralisaties nooit ongedaan gemaakt worden. Ik zal laten zien dat de meeste recente analyses over de oorzaak van het tooncontrast (d.w.z. de meeste analyses van de afgelopen 50 jaar) niet bestand zijn tegen een eenvoudig uitschrijven van alle relevante vormen (fonetisch en lexicaal) in de door deze analyses voorgestelde chronologie. Na het vaststellen van de chronologie zal ik het aldus ontstane "probleem", namelijk dat de voorgestelde tonogenese typologisch uniek en daarmee onwaarschijnlijk is, proberen te ontkrachten.

11.45 Michiel de Vaan (Leiden): Analogische verspreiding van stoot- en sleeptoon in Limburg

Met uitzondering van het zuidoosten van Ned.Limburg geldt in Limburg historisch gezien de regel dat TA 1 sowieso voorkomt op de oude lage lange vokalen, maar op de oude hoge lange vokalen en op de nieuwe lange vokalen alleen indien er een stemhebbende consonant + nog een vokaal op volgde, en dan nog alleen indien apocope plaatsvond. Voor alle categorieŽn bestaan uitzonderingen met historisch 'onverwacht' TA. Er bestaan verschillende aanzetten tot verzameling c.q. verklaring van deze uitzonderingen, maar nog geen helder dialectgeografisch beeld. Ik zal proberen een overzicht van de problematiek te geven (mede aan de hand van de recentelijk verschenen Fon.Atlas van Ned.Dial.) om mogelijk de richting te vinden waarin de verklaring gezocht moet worden.

12.30 lunch (Er zijn eetgelegenheden in de buurt van de zaal)

13.30 Carlos Gussenhoven (Nijmegen): De Middelfrankische toon: Ontstaan en ontwikkeling

In een recente bijdrage aan de discussie over de oorsprong van de sleeptoon van het Limburgs, heb ik voorgesteld dat de sleeptoon de fonologische interpretatie is van een fonetische verlenging van korte klinkers in monosyllabische woorden die in een naburig dialect met hoger sociaal prestige een lange klinker hadden. Overname van de lange klinker was niet mogelijk, omdat dat het contrast tussen enkelvouds- en meervoudsvormen zou hebben geneutraliseerd.

Deze hypothese verklaart niet alleen het ontstaan van de toon, maar ook drie andere fonetische verschillen met de stoottoon: (1) de langere duur, (2) de geringere diftongering, en (3) de hogere klinkerkwaliteit.

De verklaring van (2) en (3) is niet evident, maar wordt verklaard door het feit dat hogere klinkers langer worden waargenomen dan lagere, en dat monoftongen als langer worden waargenomen dan diftongen. Een perceptie-experiment zal worden verslagen waarin die bewering wordt getoetst.

14.15 Jo Verhoeven (UIA): De toonkwestie in Weert

Tot voor kort werd ervan uitgegaan dat het intonatiesysteem van alle Limburgse dialecten gekenmerkt wordt door een lexicaal tooncontrast. Recent komt er steeds meer evidentie ter beschikking dat er nogal wat dialecten toonloos (geworden) zijn. In deze presentatie wordt het lexicaal tooncontrast in het dialect van Weert nader onderzocht aan de hand van nieuwe experimentele gegevens.

15.00 pauze

15.30 Wim Peeters en Bert Schouten (Utrecht): Het verschil tussen stoot- en sleeptoon is in hoofdzaak een duurverschil

Akoestische metingen aan de Westgermaanse klinkers /i/ en /u/ in Limburgse dorpen waar (nog ) geen diftongering heeft plaatsgevonden, toonde aan dat er twee varianten zijn van elk van die klinkers: een korte en een lange. De korte wordt meestal als 'stoottoon' waargenomen en de lange als 'sleeptoon', maar van enig systematisch verschil in toonhoogteverloop is geen sprake. Echt tonale verschillen werden alleen gevonden in woorden met een 'oude' tweeklank: zo heeft "stein" (stenen) een veel steilere daling van de grondtoon dan "stein" (steen). Tussen enkel- en meervoud van het woord voor 'konijn' bestaat echter alleen een duurverschil in de klinker /i/, die in het meervoud een stuk korter is.

De hypothese dat klinkers onder stoottoon eerder diftongeren dan andere klinkers werd bevestigd in een apparent-time onderzoek in een aantal dorpen aan weerszijden van de diftongeringslijn. Klinkers die als stoottonig werden waargenomen bleke eerder te diftongeren dan sleeptonige klinkers. Paradoxaal genoeg betekent dit dat de korte klinkers in het diftongeringsproces voorop lopen.

16.15 einde en borrel